Naar inhoud
    COMPLIANCE/NIS2
    ·Door Budget Security

    NIS2 checklist: de tien maatregelen van artikel 21, de bestuursplicht en de meldplicht in één overzicht

    Deze NIS2 checklist zet de verplichtingen van Richtlijn (EU) 2022/2555 op een rij, in de volgorde waarin een toezichthouder ze bekijkt: valt u eronder, stuurt het bestuur, staan de tien maatregelen van artikel 21, werkt de meldplicht en bent u geregistreerd. Per onderdeel leest u wat de richtlijn vraagt en welk bewijs een auditor accepteert.

    In Nederland is NIS2 omgezet in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Volgens het NCSC is die wet op 15 augustus 2026 in werking getreden, bijna twee jaar na de Europese omzettingstermijn van 17 oktober 2024. De verplichtingen gelden nu.

    Geschreven voor de CISO, IT-manager of compliance officer die in één document wil zien wat er moet gebeuren en wat op tafel moet liggen als de toezichthouder belt. Voor Belgische lezers: de tien maatregelen en de meldtermijnen komen rechtstreeks uit de richtlijn en zijn dus identiek.

    Toelichting
    Gecontroleerd op 30 oktober 2026 aan de hand van de tekst van de Cyberbeveiligingswet in de Wettenbank en de uitleg van het NCSC. Artikelnummers verwijzen naar Richtlijn (EU) 2022/2555, tenzij er uitdrukkelijk Cbw bij staat.

    Deze pagina is algemene informatie, geen juridisch advies. Raadpleeg de actuele wettekst of een jurist voordat u erop vertrouwt. Laatst gecontroleerd: 30 oktober 2026.

    Valt uw organisatie onder NIS2?

    NIS2 werkt met twee filters: sector en omvang. Bijlage I van de richtlijn noemt de sectoren met een hoge kriticiteit: energie, vervoer, bankwezen, financiële marktinfrastructuur, gezondheidszorg, drinkwater, afvalwater, digitale infrastructuur, ICT-dienstbeheer, overheid en ruimtevaart. Bijlage II noemt de andere kritieke sectoren: post, afvalstoffenbeheer, chemie, levensmiddelen, vervaardiging, digitale aanbieders en onderzoek.

    De omvangsregel. De richtlijn geldt voor middelgrote en grote organisaties in die sectoren (artikel 2 lid 1). Het NCSC vertaalt dat zo: u valt eronder bij 50 of meer medewerkers in fte, of als zowel uw jaaromzet als uw balanstotaal boven 10 miljoen euro ligt. Moeder- en dochterbedrijven tellen mee.

    Essentieel of belangrijk. Grote organisaties (vanaf 250 medewerkers, of vanaf 50 miljoen euro omzet en 43 miljoen euro balanstotaal) in een sector van bijlage I zijn in de regel essentiële entiteiten (artikel 3 lid 1). Middelgrote organisaties in bijlage I en alle organisaties in bijlage II zijn belangrijke entiteiten (artikel 3 lid 2). De maatregelen zijn gelijk; toezicht en boetes verschillen.

    Uitzonderingen op de omvang. DNS-aanbieders, topleveldomeinregisters, aanbieders van openbare communicatienetwerken, verleners van vertrouwensdiensten en overheidsorganisaties vallen er ongeacht grootte onder (artikel 2 lid 2). De NIS2-Zelfevaluatie van de RDI, te vinden via het NCSC, geeft een formeel antwoord. Bewijs: een door het bestuur vastgestelde beoordeling van sector, omvang en conclusie.

    Stap 0: de bestuursplicht van artikel 20

    NIS2 legt de verantwoordelijkheid bij het bestuur, niet bij de IT-afdeling. Artikel 20 lid 1: de bestuursorganen keuren de maatregelen van artikel 21 goed, houden toezicht op de uitvoering en kunnen aansprakelijk worden gesteld voor inbreuken. Lid 2 verplicht bestuurders een opleiding te volgen, zodat zij risico's en maatregelen kunnen beoordelen.

    De Cbw werkt dit uit in artikel 24: de maatregelen behoeven de goedkeuring van het bestuur, bestuursleden moeten over voldoende kennis beschikken (overgangsperiode twee jaar) en een bewijs van deelname aan een opleiding kunnen tonen. Een bestuurslid dat dit nalaat, riskeert een last onder dwangsom en een boete tot 25.000 euro (Cbw artikel 92 en 93).

    Bewijs: een bestuursbesluit waarin het maatregelenpakket is goedgekeurd, een vaste plek voor cyberbeveiliging op de bestuursagenda en een opleidingscertificaat per bestuurslid. De toezichthouder beoordeelt eerst of het bestuur stuurt.

    De tien maatregelen van artikel 21: de checklist

    Artikel 21 lid 1 verplicht tot passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen. Lid 2 somt tien onderdelen op die uw pakket minimaal moet bevatten. De Cbw neemt dezelfde tien over in artikel 21 lid 3; het NCSC heeft ze uitgewerkt op zijn zorgplichtpagina.

    (a) Beleid inzake risicoanalyse en beveiliging van informatiesystemen. Een actuele risicoanalyse en een beveiligingsbeleid dat daaruit volgt. Bewijs: de risicoanalyse met datum, scope en eigenaar, plus het door het bestuur goedgekeurde beleid.

    (b) Incidentenbehandeling. Procedures om incidenten te detecteren, in te dammen en op te lossen, gekoppeld aan de meldplicht. Bewijs: een incidentresponsplan met rollen en escalatiepaden, een incidentregister en het verslag van een jaarlijkse oefening.

    (c) Bedrijfscontinuïteit en crisisbeheer. Back-upbeheer, noodvoorzieningenplannen en crisisbeheer. Bewijs: een continuïteitsplan met hersteltijden per dienst, een geslaagde hersteltest en een crisisdraaiboek met contactlijst.

    (d) Beveiliging van de toeleveringsketen. Bewijs: een leveranciersregister met risicoklasse, beveiligingseisen in contracten en een beoordeling van uw kritieke leveranciers.

    (e) Beveiliging bij verwerving, ontwikkeling en onderhoud, inclusief kwetsbaarheidsbeheer. Veilig inkopen en ontwikkelen, tijdig patchen en een proces voor de respons op en bekendmaking van kwetsbaarheden. Bewijs: een patchbeleid met termijnen per ernst, een kwetsbaarhedenoverzicht met status en een CVD-pagina.

    (f) Beleid en procedures om de effectiviteit van de maatregelen te beoordelen. De maatregel die bewijst dat de andere negen werken. Het NCSC vraagt om beleid dat vastlegt waarom, hoe vaak en hoe u toetst, bijvoorbeeld jaarlijks, en adviseert technische maatregelen te laten testen. In de praktijk: een onafhankelijke NIS2 penetratietest van uw webapplicaties en uw externe netwerk. Bewijs: het testbeleid, het meest recente testrapport en de opvolging: welke bevinding is wanneer gesloten en hertest.

    (g) Cyberhygiëne en opleiding. Basispraktijken zoals wachtwoordbeleid, updates en back-ups, plus bewustwordingstraining voor alle medewerkers. Bewijs: een cyberhygiënebeleid en een deelnameregistratie van de trainingen.

    (h) Cryptografie en encryptie. Beleid over wat u versleutelt, in rust en in transport, en hoe u sleutels beheert. Bewijs: een cryptografiebeleid en een configuratieoverzicht dat toont dat het is toegepast.

    (i) Personeel, toegangsbeleid en beheer van activa. Screening, minimale toegangsrechten en een actueel overzicht van systemen en gegevens. Bewijs: een assetregister, een rechtenmatrix met periodieke controle en een procedure voor het intrekken van toegang.

    (j) Multifactorauthenticatie en beveiligde communicatie. Waar passend: multifactor- of continue authenticatie, beveiligde spraak-, video- en tekstcommunicatie en een noodcommunicatiesysteem dat werkt als uw primaire systemen uitvallen. Bewijs: MFA afgedwongen op externe toegang en beheeraccounts, en een getest noodkanaal.

    Maatregel (artikel 21 lid 2)Bewijs dat een auditor accepteertTypische eigenaar
    (a) Risicoanalyse en beveiligingsbeleidRisicoanalyse met datum en scope; door het bestuur goedgekeurd beleidCISO, bestuur
    (b) IncidentenbehandelingIncidentresponsplan, incidentregister, oefenverslagCISO, IT-operatie
    (c) Continuïteit en crisisbeheerContinuïteitsplan, geslaagde hersteltest, crisisdraaiboekIT-manager, directie
    (d) ToeleveringsketenLeveranciersregister, contracteisen, beoordeling kritieke leveranciersInkoop, compliance officer
    (e) Verwerving, ontwikkeling, kwetsbaarheidsbeheerPatchbeleid, kwetsbaarhedenoverzicht, CVD-paginaIT-operatie, ontwikkelteam
    (f) Effectiviteit beoordelenTestbeleid, recent testrapport, opvolging en hertest per bevindingCISO
    (g) Cyberhygiëne en opleidingHygiënebeleid, deelnameregistratie, resultaten oefeningenHR, CISO
    (h) CryptografieCryptografiebeleid, configuratieoverzichtIT-architect
    (i) Personeel, toegang, activaAssetregister, rechtenmatrix, uitdienstprocedureIT-manager, HR
    (j) MFA en beveiligde communicatieMFA-configuratie, getest noodkanaalIT-operatie

    Het patroon: elk bewijsstuk heeft een datum, een eigenaar en een herhaalcyclus. Een toezichthouder beoordeelt niet of u een document heeft, maar of het leeft.

    De meldplicht van artikel 23: 24 uur, 72 uur, één maand

    Artikel 23 verplicht u significante incidenten te melden bij uw CSIRT of bevoegde autoriteit: incidenten die uw dienstverlening ernstig verstoren, financieel verlies veroorzaken of anderen aanzienlijke schade toebrengen. De termijnen tellen vanaf het moment dat u kennis krijgt van het incident.

    • Vroegtijdige waarschuwing binnen 24 uur. Vermoedt u kwaadwillig handelen en zijn er mogelijk grensoverschrijdende gevolgen? Plus de contactgegevens van uw verantwoordelijke (Cbw artikel 26).
    • Incidentmelding binnen 72 uur. Een update van de waarschuwing, een eerste beoordeling van ernst en impact en, waar beschikbaar, indicators of compromise (Cbw artikel 27). Vertrouwensdiensten melden al binnen 24 uur.
    • Tussentijds verslag op verzoek van het CSIRT of de toezichthouder (Cbw artikel 28).
    • Eindverslag uiterlijk één maand na de melding. Beschrijving, ernst en impact, vermoedelijke oorzaak en genomen maatregelen. Loopt het incident dan nog, dan volgt eerst een voortgangsverslag (Cbw artikel 29).

    U meldt via het centrale meldpunt op MijnNCSC; de melding gaat automatisch naar uw sectorale CSIRT en de toezichthouder. Bron: NCSC, meldplicht. Bewijs: een meldprocedure met de drie termijnen, een meldsjabloon en het verslag van een oefening waarin u de 24-uurstermijn heeft gehaald.

    Registratieplicht en de Nederlandse omzetting via de Cyberbeveiligingswet

    De Cyberbeveiligingswet. De lidstaten moesten NIS2 uiterlijk 17 oktober 2024 omzetten (artikel 41). Nederland deed dat met de Cyberbeveiligingswet (Cbw), de wet van 8 juli 2026 die volgens het NCSC op 15 augustus 2026 in werking is getreden. De wettekst staat in de Wettenbank, de actuele uitleg op ncsc.nl.

    Registratieplicht. Artikel 3 lid 3 en 4 van de richtlijn verplichten de lidstaten een lijst van essentiële en belangrijke entiteiten bij te houden. In Nederland is dat het nationaal register van entiteiten (Cbw artikel 43 en 44). U levert aan: naam, adres, contactgegevens inclusief IP-reeksen, sector en subsector en de lidstaten waarin u diensten verleent. Wijzigingen meldt u binnen twee weken. Registreren gaat via mijn.ncsc.nl. Bewijs: de registratiebevestiging.

    Toezichthouders. Het toezicht is per sector verdeeld. Het NCSC noemt onder meer de RDI (digitale infrastructuur, energie, overheid, digitale aanbieders, post, vervaardiging), de ILT (vervoer, water, afval, chemie), DNB (bankwezen), de AFM (financiële marktinfrastructuur) en de NVWA (levensmiddelen). Het NCSC is voor alle sectoren het CSIRT.

    Toezicht en boetes: essentieel versus belangrijk

    Twee toezichtregimes. Essentiële entiteiten vallen onder proactief toezicht (artikel 32): de toezichthouder mag op eigen initiatief inspecteren, bewijs opvragen en een onafhankelijke audit eisen. Belangrijke entiteiten vallen onder toezicht achteraf (artikel 33): de toezichthouder komt in actie bij signalen van niet-naleving.

    Bevoegdheden onder de Cbw. De toezichthouder mag onder meer een onafhankelijke audit op uw kosten verlangen, een bindende aanwijzing geven, openbaarmaking van een overtreding eisen en bij een essentiële entiteit de rechter vragen bestuursleden te schorsen (Cbw artikel 70 tot 78).

    Boetes. Artikel 34 van de richtlijn stelt de maxima: voor essentiële entiteiten ten minste 10 miljoen euro of 2 procent van de wereldwijde jaaromzet, voor belangrijke entiteiten ten minste 7 miljoen euro of 1,4 procent, telkens het hoogste van de twee. De Cbw neemt deze bedragen over voor overtredingen van de zorgplicht, de bestuursplicht en de meldplicht (Cbw artikel 80 en 87).

    De NIS2 audit: wat de toezichthouder of auditor opvraagt

    Een NIS2 audit kent twee vormen: het onderzoek van de toezichthouder, en de audit die u zelf laat uitvoeren om daarop voorbereid te zijn. Beide volgen dezelfde logica: eerst de governance, dan de risicoanalyse, dan per maatregel het bewijs, dan de meldplicht en het register. Wat er op tafel komt:

    • Het bestuursbesluit waarmee de maatregelen zijn goedgekeurd, de bestuursrapportages en de opleidingscertificaten.
    • De risicoanalyse en het beveiligingsbeleid, met de datum van de laatste herziening, en per maatregel het bewijs uit de tabel.
    • Het incidentregister, de gedane meldingen en het verslag van de laatste oefening.
    • De testrapporten van maatregel (f) en de status van elke bevinding: open, opgelost, hertest.
    • Het leveranciersregister en de registratiebevestiging.

    Zo bereidt u zich voor. Bouw een bewijsdossier met één map per maatregel en per map een voorblad: wat is het bewijs, wie is eigenaar, wanneer wordt het herhaald. Keurmerken en certificaten uit de markt hebben volgens het NCSC geen zelfstandige status: zij helpen bij het aantonen, maar vervangen het bewijs per maatregel niet.

    Uw 90-dagenplan

    Negentig dagen zijn genoeg om van niets naar aantoonbaar te gaan, in deze volgorde:

    • Dag 1 tot 30: weten waar u staat. Stel vast of u essentieel of belangrijk bent. Registreer via mijn.ncsc.nl. Laat het bestuur de aanpak goedkeuren en plan de bestuurdersopleiding. Actualiseer de risicoanalyse. Zet de meldprocedure op papier.
    • Dag 31 tot 60: de grootste gaten dichten. MFA op alle externe toegang en beheeraccounts. Back-ups met een geslaagde hersteltest. Een patchbeleid met termijnen. Boek de beveiligingstest van uw belangrijkste systemen, zodat het rapport binnen deze 90 dagen op tafel ligt.
    • Dag 61 tot 90: bewijzen dat het werkt. Oefen een incident inclusief de 24-uursmelding. Verwerk de testbevindingen en leg de opvolging vast. Vul de bewijsmap per maatregel. Houd een proefaudit en rapporteer aan het bestuur.

    Na dag 90 heeft u geen volmaakt programma, maar wel een aantoonbaar programma. Dat is wat de toezichthouder in eerste instantie beoordeelt.

    Maatregel (f) in de praktijk: de test op uw checklist

    De test onder maatregel (f) is het ene onderdeel van deze checklist dat u niet zelf kunt uitvoeren: toezichthouder en auditor verwachten een onafhankelijke partij. Budget Security voert die tests uit vanuit Den Haag met OSCP-gecertificeerde testers, handmatig. U scopet en boekt zelf via het platform; de test start binnen 7 dagen na boeking en het rapport staat binnen 48 uur na afloop in het portaal, als PDF per asset met managementsamenvatting en per bevinding ernst, impact, herstel en bewijs. Betaling volgt na oplevering.

    Voor uw NIS2-dossier telt wat daarna gebeurt. Elke bevinding staat in het portaal met een status en volledige historie, met één klik als Jira Cloud-issue. Een hertest van de herstelde bevindingen is een optie van één testdag en sluit de lus die een auditor wil zien: gevonden, hersteld, bevestigd. Het tarief is €849 per testdag, zonder opstartkosten; prijzen zijn exclusief btw. Zie onze kostenpagina en de bestelpagina.

    Veelgestelde vragen over de NIS2 checklist

    Val ik onder NIS2?
    Waarschijnlijk wel als u actief bent in een sector van bijlage I of II en 50 of meer medewerkers heeft, of een jaaromzet en balanstotaal boven 10 miljoen euro. DNS-aanbieders, telecomaanbieders, vertrouwensdiensten en overheidsorganisaties vallen er ongeacht omvang onder. Valt u buiten bereik, dan kunnen klanten die eronder vallen alsnog eisen stellen via maatregel (d). De NIS2-Zelfevaluatie van de RDI geeft een formeel antwoord.
    Is NIS2 al wet in Nederland?
    Ja. NIS2 is omgezet in de Cyberbeveiligingswet (Cbw), de wet van 8 juli 2026. Volgens het NCSC is de Cbw op 15 augustus 2026 in werking getreden; sinds die datum gelden registratieplicht, zorgplicht en meldplicht. Controleer de actuele stand op ncsc.nl.
    Verplicht NIS2 een ISO 27001-certificering?
    Nee. De richtlijn en de Cbw noemen geen norm bij naam. ISO 27001 dekt een groot deel van de tien maatregelen en een certificaat is bruikbaar bewijs voor beleid en managementsysteem. Het NCSC stelt echter dat keurmerken en certificaten geen zelfstandige status hebben. U moet per maatregel aantonen wat u heeft gedaan, en ISO 27001 regelt niets over meldplicht, registratie of bestuursopleiding.
    Hoe vaak moet ik onder NIS2 testen?
    De richtlijn schrijft geen frequentie voor. Maatregel (f) vraagt om beleid waarin u zelf vastlegt waarom, hoe vaak en hoe u toetst; het NCSC noemt een jaarlijkse toetsing als voorbeeld. De gangbare praktijk, en wat auditors verwachten, is een onafhankelijke beveiligingstest minstens eens per jaar en na elke grote wijziging, met geautomatiseerde scans tussendoor.
    Wat is het verschil tussen een essentiële en een belangrijke entiteit?
    De maatregelen en de meldplicht zijn gelijk; het verschil zit in toezicht en boetes. Essentiële entiteiten (grote organisaties in bijlage I) vallen onder proactief toezicht; belangrijke entiteiten (middelgrote organisaties in bijlage I en alle organisaties in bijlage II) onder toezicht achteraf. De boetemaxima zijn 10 miljoen euro of 2 procent voor essentiële en 7 miljoen euro of 1,4 procent voor belangrijke entiteiten. Alleen bij essentiële entiteiten kan de rechter bestuursleden schorsen.
    NIS2 versus DORA: welke geldt voor mij?
    DORA, Verordening (EU) 2022/2554, is de specifieke regeling voor de financiële sector en geldt sinds 17 januari 2025 rechtstreeks. Valt uw organisatie onder DORA, dan gaan de DORA-regels voor ICT-risicobeheer, incidentmelding en testen voor op de overeenkomstige NIS2-bepalingen (artikel 4 van de richtlijn). DORA is strenger en schrijft een testprogramma voor. Financiële instellingen kijken dus eerst naar [DORA](/nl/compliance/dora-pentest/); de overige kritieke sectoren naar NIS2.
    Wat riskeert het bestuur persoonlijk?
    Artikel 20 van de richtlijn bepaalt dat bestuursorganen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor inbreuken op de maatregelenplicht. De Cbw maakt dat concreet: een bestuurslid dat zijn kennis- en opleidingsplicht uit artikel 24 niet nakomt, riskeert een last onder dwangsom en een boete tot 25.000 euro (Cbw artikel 92 en 93). Blijft een essentiële entiteit in gebreke, dan kan de toezichthouder de rechter vragen bestuursleden te schorsen (Cbw artikel 78).
    VOLGENDE STAP

    Zet de test op uw checklist

    OSCP-gecertificeerde testers, start binnen 7 dagen na boeking en het rapport binnen 48 uur na afloop van de test. U scopet en boekt zelf, zonder verkoopgesprek.